Komende donderdag 17 maart spreekt de raadscommissie Welzijn over een nieuw
subsidiebeleid (lees drastische bezuinigingen) voor verenigingen en culturele
instellingen in De Ronde Venen. De beleidsmedewerkers van onze gewaardeerde
gemeente zijn in opdracht van het college op zoek naar financiële middelen om de
begroting een minder zwak aanzien te geven. Hierbij is het oog ook op de
verenigingen gevallen. Voor veel verenigingen betekent dit nieuwe beleid een
volledige afbouw in 4 jaar van de subsidie.
De vraag die het college zichzelf ongetwijfeld gesteld heeft is of het een
taak van de gemeente is de hobby van haar inwoners mee te financieren. Niets mis
mee om je dat eens af te vragen. De gemeente heeft natuurlijk een flink aantal
andere prioriteiten waar wellicht even hard geld voor nodig is. Maar de vraag
rijst of het afschaffen van subsidie voor verenigingen niet het paard achter de
wagen is. Verenigingen binden veel mensen; volwassen, ouderen en vooral jeugd.
Jongeren die ondanks de goede wil en inspanningen van de gemeente vaak toch nog
het ‘kind’ van de rekening blijven.
De voorgestelde bezuinigingen bedreigen het voortbestaan van veel
verenigingen. Het ontstane gat vullen door een verdubbeling van de contributie
leidt tot leegloop. Ondanks de weelde waarin we leven is een dergelijke
verhoging van de contributie voor velen een enorm struikelblok. Het gevolg is
dat, meer als nu het geval, kinderen elders en vaak op straat hun heil moeten en
gaan zoeken. Als er niet voldoende voor ze gedaan wordt zullen ze hun eigen
vertier maken. Dat dit niet altijd het meest wenselijke gedrag oplevert laat
zich raden. Is het eenmaal zover, dan zal er weer menige politiek debat gevoerd
en een veelvoud aan financiële inspanning gedaan moeten worden om de
problematiek weer binnen de perken te brengen. Natuurlijk zijn er dan de
maatschappelijke instellingen met betaalde functionarissen en de nodige overhead
die veel nuttig werk verrichten. Maar staan deze wel altijd ‘met de benen in de
klei’. Verenigingen doen dat met hun vele en onbaatzuchtige vrijwilligers wel.
Hier ontstaan en zijn vriendschapsbanden, kijken leden naar elkaar om, deelt men
lief en leed. Met name kinderen vinden hier een verlengde van thuis. Naast de
verenigingseigen specifieke vaardigheden die ze leren, raken ze maatschappelijk
en sociaal betrokken, ondervinden ze wat saamhorigheid betekent en nemen ze vaak
ook nog eens een stuk cultureel erfgoed mee in de bagage. Dit alles dreigt
binnen 4 jaar goeddeels te verdwijnen. Vaak valt het je pas op als iets er
inderdaad echt niet meer is. Maar dan is het helaas veelal te laat.